Naar hoofdinhoud
1.. De behandelend medewerker bespreekt met degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie of iemand uit het (eigen) sociale netwerk, na de melding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, met inachtneming van diens persoonlijk plan indien aanwezig en voor zover nodig de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemd pakket van oplossingen (waaronder eventuele maatwerkvoorzieningen) met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd zal zijn; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, over diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken en waar nodig met andere partijen te kunnen uitwisselen. 3.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel