Onverminderd artikel 2, tweede lid, en artikel 3, derde lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
Twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
Veertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, derde lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand