**1..** Inkomsten uit arbeid kunnen overeenkomstig artikel 31, tweede lid onder n van de Participatiewet gedurende een maximale periode van 6 aangesloten maanden voor 25% worden vrijgelaten indien deze naar het oordeel van het college bijdragen aan de arbeidsinschakeling. De Participatiewet kent een maximumbedrag aan inkomsten dat per maand mag worden vrijgelaten.
**2..** Overeenkomstig artikel 31, zevende lid geldt deze vrijlating niet voor betrokkenen jonger dan 27 jaar.
**3..** Elke ontvanger van een uitkering op grond van de Participatiewet is verplicht om zo snel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud te voorzien, tenzij daarvoor een ontheffing is verleend. De gedeeltelijke vrijlating van inkomsten wordt uitsluitend toegepast indien het college van mening is dat de betrokkene extra belemmeringen ondervindt om een plek op de arbeidsmarkt te vinden. De vrijlating wordt daarom alleen verleend aan de volgende doelgroepen:
Een alleenstaande ouder met een ten laste komend kind jonger dan 12 jaar;
Een uitkeringsgerechtigde die aantoonbaar voor ten minste 8 uur per week noodzakelijke mantelzorg verleent aan de echtgenoot, partner of bloedverwant in de eerste graad;
Een uitkeringsgerechtigde ouder dan 57½ jaar die vanwege een slechte arbeidsmarktsituatie voor die persoon onvoldoende perspectief heeft op uitstroom naar volledig betaalde arbeid.
Een uitkeringsgerechtigde van wie door een onafhankelijk deskundige is vastgesteld dat er sprake is van medische of sociale omstandigheden die uitstroom naar volledig betaalde arbeid kunnen belemmeren.
**4..** In het geval van gehuwden en personen die een gezamenlijke huishouding voeren, bestaat alleen recht op inkomstenvrijlating indien het inkomen waarop deze beleidsregel betrekking heeft wordt verdiend door de persoon die valt binnen de doelgroep zoals bedoeld in het derde lid.
**5..** De vrijlating zoals bedoeld in dit artikel kan slechts eenmalig worden verleend. In die gevallen waarbij de betrokkene na het toekennen van deze vrijlating uitstroomt, maar nadien toch weer een beroep doet op een uitkering op grond van de Participatiewet, ontstaat de mogelijkheid van hernieuwde toekenning weer na een periode van 2 jaar na het beëindigen van de eerdere periode van vrijlating.
Artikel 2:
Het vrijlaten van inkomsten (algemene vrijlating)
Onderdeel van Beleidsregel algemene vrijlating inkomsten Participatiewet 2015