De alleenstaande ouder heeft op grond van de wet gedurende een periode van 30 maanden recht op een gedeeltelijke vrijlating van een inkomen uit arbeid indien:
De alleenstaande ouder is ouder dan 27 jaar en ontvangt een uitkering van de gemeente op basis van de wet;
Hij / zij de volledige zorg heeft voor een ten laste komend kind tot 12 jaar;
Een periode van gedeeltelijk inkomensvrijlating van 6 maanden, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n van de WWB, of artikel 8, tweede lid IOAW en IOAZ voorbij is;
De gedeeltelijke vrijlating naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
Artikel 3.
De in de wet genoemde voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregel gedeeltelijke vrijlating inkomsten alleenstaande ouders Participatiewet 2015