Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien, intrekken of terugvorderen van bijstand zoals vastgelegd in:
de artikelen 54, derde lid en 58 tot en met 60a van de Participatiewet;
de artikelen 25 tot en met 31 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
de artikelen 25 tot en met 31 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
de artikelen 40 tot en met 47 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz),
met inachtneming van deze beleidsregel.