In bepaalde gevallen kan de betrokkene op basis van individuele gronden de openstaande vordering(-en) afkopen. Hiervan kan sprake zijn als na toetsing geconcludeerd wordt dat de gehele vordering waarschijnlijk niet zal kunnen worden geïncasseerd binnen de in artikel 7 toten met 9 genoemde termijnen, of de incasso zodanig lang zal duren dat dit leidt tot onaanvaardbaar hoge kosten, renteverlies en incassorisico.
Uitgangspunten zijn dat bij afkopen van de vordering ten minste 60% van de totale vordering in één keer moet worden voldaan, en dat dit bedrag gelijk of hoger is dan het bedrag dat gedurende de aflossingstermijnen aan termijnbedragen wordt ontvangen.
De betaling moet plaatsvinden binnen 6 weken nadat het college met het verzoek tot afkopen heeft ingestemd. Indien de betaling niet tijdig wordt ontvangen komt het besluit tot afkoop te vervallen.