**a..** het college zal besluiten, anders dan bedoeld in artikel 7 en 8, tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de terug te vorderen uitkering indien:
daarvoor gelet op de omstandigheden van degene van wie wordt teruggevorderd, dringende redenen aanwezig zijn;
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de hieronder b bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen.
**b..** Geen kwijtschelding als bedoeld in onderdeel a, wordt verleend indien:
de terugvordering van de uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende. Hierbij gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 7, onder b tot en met e;
de vordering wordt gedekt door een krediethypotheek of pandrechtovereenkomst.
**c..** Het besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van terugvordering is pas geldig vanaf het moment dat een schuldregeling daadwerkelijk tot stand komt.
**d..** Voorwaarde voor het meewerken aan een schuldregeling is dat de vordering van de gemeente op een gelijke manier wordt behandeld als de vorderingen van alle andere schuldeisers van gelijke rang.
**e..** Het besluit tot het (gedeeltelijk) kwijtschelden, c.q. het afzien van verdere terugvordering in het geval van een schuldproblematiek, wordt ingetrokken of ten nadele van de betrokkene gewijzigd als:
Niet binnen 12 maanden nadat het besluit bekend is geworden, de schuldregeling daadwerkelijk tot stand is gekomen waarbij rekening is gehouden met het bepaalde onder d;
De betrokkene zijn schuld niet zoals afgesproken in de schuldregeling voldoet;
Onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid.
Artikel 9:
Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek
Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering 2015