In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**a..** ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;
**b..** Awb: Algemene wet bestuursrecht;
**c..** college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
**d..** contra-indicatie: criterium op basis waarvan een hulpverlenende instelling een cliënt toegang tot hulpverlening weigert;
**e..** dakloze: persoon die gebruikmaakt van de nachtopvang of de winterkoudeopvang, slaapt op straat of leeft in een voor wonen ongeschikte ruimte, bijvoorbeeld een garagebox, bootje, auto of tentje;
**f..** eergerelateerd geweld: elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken;
**g..** genormeerd subsidiebedrag: door het college bepaald vast subsidiebedrag voor een product, uitgedrukt per teleenheid;
**h..** huiselijk geweld: de aantasting van de persoonlijke integriteit door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer, waaronder (ex-)partners, gezins- of familieleden en huisvrienden. Onder de term geweld worden zowel geestelijke, lichamelijke als seksuele vormen van geweld begrepen;
**i..** ketenbenadering: gemeentelijke ketenbenadering: een aanpak waarin onder regie van de gemeente meerdere organisaties hun werkprocessen stroomlijnen om in de zorgbehoefte van een cliënt te voorzien;
**j..** OGGZ-cliënt (cliënt Openbare Geestelijke Gezondheidszorg): persoon met de volgende kenmerken:
I. aanwezigheid van een psychische handicap (waaronder verslavingsproblemen of ernstige psychosociale problemen);
II. tegelijkertijd aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden, zoals huisvesting, inkomen en dagbesteding;
III. leidend tot het niet voldoende in staat zijn om in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien (huisvesting, sociale contacten, zelfverzorging);
IV. gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen, en
V. afwezigheid van een adequate hulpvraag;
**k..** OGGZ-cliënt in acute crisissituatie: OGGZ-cliënt die spoedeisende hulp behoeft;
**l..** prestatie-indicator: een waarde die aanwijzingen geeft voor een redelijk betrouwbare schatting van het resultaat;
**m..** productgroep: aantal producten met een verbindend kenmerk;
**n..** productievolume: de omvang van de te leveren of geleverde producten, uitgedrukt in de teleenheid die voor het product is vastgesteld in de nadere regels of in de verleningsbeschikking;
**o..** subsidiejaar: het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
**p..** subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies;
**q..** teleenheid: standaard die als grootheid wordt aangenomen om het productievolume te meten;
**r..** thuisloze: persoon die dakloos is geweest en verblijft in een voorziening voor maatschappelijke opvang;
**s..** veelpleger: persoon die in de laatste vijf jaar meer dan tien politieantecedenten heeft, waarvan ten minste één in het peiljaar;
**t..** zorgtoeleiding: het actief ondersteunen van een persoon om toegang tot hulpaanbod te organiseren;
**u..** zwerfjongere: persoon die:
I. niet ouder is dan 23 jaar;
II. afkomstig uit Amsterdam of een regiogemeente is of nergens anders in Nederland meer enige binding heeft;
III. drie maanden dak- of thuisloze was of gedurende die periode minimaal op drie verschillende adressen heeft gewoond;
IV. daarnaast minimaal op drie van de verschillende domeinen problemen heeft: wonen, werken/school, financiën, justitie, gezondheid en sociaal netwerk, en
V. geen mogelijkheden heeft voor begeleiding in de reguliere hulpverlening.
Hoofdstuk
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening voor opvang en begeleiding van kwetsbare burgers