Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.3

Subsidievaststelling

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening voor opvang en begeleiding van kwetsbare burgers

1.. Het college bepaalt voor welke producten het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van het productievolume vermenigvuldigd met het vastgestelde subsidiebedrag per teleenheid van het product. 2.. Indien de hoogte van het subsidiebedrag wordt vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, geldt het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen subsidiebedrag voor een specifiek product als maximumbedrag voor vaststelling van de subsidie; subsidieontvangers kunnen een subsidieaanvraag indienen voor overproductie indien de overproductie meer dan 5% bedraagt. 3.. Indien de hoogte van het subsidiebedrag wordt vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, gelden de volgende regels indien het geleverde productievolume lager is dan in de beschikking tot subsidieverlening is bepaald: indien het geleverde productievolume niet meer dan 5% lager is, stelt het college de subsidie vast op 100% van het verleende subsidiebedrag; compensatie tussen activiteiten binnen hetzelfde product is mogelijk, mits het verleende subsidiebedrag niet wordt overschreden; compensatie tussen verschillende producten en productgroepen is mogelijk, mits het college daarvoor schriftelijke toestemming heeft verleend en het verleende subsidiebedrag niet wordt overschreden. 4.. Indien het college voor een product een prestatienorm heeft vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 2.5, vierde lid, van deze verordening kan het college de subsidie maximaal 5% lager vaststellen, indien de subsidieontvanger slechter presteert dan de vastgestelde prestatienorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel