Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 7:

Artikel 7.2

Bibob-onderzoek

Onderdeel van Bibob beleidsregel Venlo

In de in deze beleidsregel genoemde gevallen zal betrokkene, naast het gebruikelijke (aanvraag)formulier (voor zover van toepassing), het Bibob-vragenformulier dienen in te vullen en in te leveren bij het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in dit vragenformulier zijn vermeld en/of bij de uitreiking van het formulier zijn genoemd. Het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier of de weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag van een beschikking (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). Het Bibob-onderzoek zal in beginsel allereerst plaatsvinden middels een beperkte Bibob-toets. Een volledige Bibob-toets zal worden uitgevoerd, indien er na deze beperkte Bibob-toets vragen blijven bestaan over: de bedrijfsstructuur of de activiteiten van en/of in de directe omgeving van betrokkene; de financiering van betrokkene, de transactie of de betreffende activiteiten; de omstandigheden in de persoon van betrokkene en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten of de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de eigenaar van de inventaris van de inrichting; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning of ontheffing zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning of ontheffing een strafbaar feit is gepleegd; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie op betrekking heeft, mede stafbare feiten zullen worden gepleegd; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd. Het Bibob-onderzoek naar aanleiding van een ‘tip’ van het Openbaar Ministerie (artikel 26 van de wet) zal steeds plaatsvinden middels een volledige Bibob-toets. Het bestuursorgaan toetst de informatie verkregen uit het vragenformulier aan de informatiebronnen waartoe zij in het kader van het Bibob-onderzoek toegang heeft. Het bestuursorgaan zal uiteraard ook de bestaande weigeringsgronden die te maken hebben met de integriteit van betrokkene onderzoeken en toepassen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de toets ‘slecht levensgedrag’ in het kader van de Drank- en Horecawet en Apv of ‘slecht huisvaderschap’ als hiervoor beschreven. Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat sprake is van een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de Wet Bibob, kan het overgaan tot: intrekking van een eerder verleende beschikking; weigering van de aangevraagde beschikking; het niet aangaan van een vastgoedtransactie, dan wel het inroepen van een ontbindende voorwaarde; afwijzing van een inschrijving op een overheidsopdracht; Daarbij kan in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet. 8.Indien een Bibob-onderzoek wordt gedaan met het oog op een beslissing ter zake van de intrekking van een beschikking, de ontbinding van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht dan wel de opschorting of ontbinding van een overeenkomst of de beëindiging van een rechtshandeling inzake een vastgoedtransactie, wordt het niet of niet volledig beantwoorden van vragen op grond van artikel 30 en artikel 12 van de wet ook aangemerkt als een als een ‘ernstig gevaar’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel