De belanghebbende die een bijstandsaanvraag levensonderhoud indient, overlegt bij de bijstandsaanvraag één van de documenten, zoals bedoeld hieronder a, b of c aan het college, waaruit blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst:
een eigen verklaring waaruit blijkt dat belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar), gedurende ten minste acht jaren, in Nederland woonde, zoals bedoeld in artikel 10 van boek I van het Burgerlijk Wetboek of;
een document uit Nederland, de Nederlandse Antillen, Suriname of Vlaanderen. Zoals rapporten van het laatste jaar basisonderwijs, diploma’s van een MBO-, HBO- of universitaire opleiding, een diploma Nederlands in het buitenland, een certificaat naar aanleiding van een taaltoets bij een andere gemeente waaruit blijkt dat Nederlands op 1F wordt beheerst of;
een succesvol afgelegd examen, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a van de Wet Inburgering.
Artikel 2