**•.** a. Wanneer de aanvrager langer dan 2 jaar in het buitenland verbleef, dan onderzoekt het spreekuur voor dak- en thuislozen allereerst de redenen van vertrek en verblijf:
Wanneer de reden van langer dan 2 jaar verblijf in het buitenland detentie betreft wordt de procedure gevolgd volgens artikel 2, 3, 5 en 8.
Wanneer de reden van verblijf in het buitenland wonen, werken of studeren betrof of wanneer er sprake is van schulden en er is geen sprake van regiobinding, dan worden de volgende bewijsstukken gevraagd:
>bewijs van verblijf in Nederland, gedurende 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag;
>bewijs van uitschrijving uit de woonplaats in het buitenland;
>bewijs van inkomsten betreffende de 3 maanden voor de aanmelding;
>bewijs van inkomsten betreffende de laatste 3 maanden van het verblijf in het buitenland;
>bewijs van stopzetting van de inkomsten in het buitenland;
>bewijs van stopzetten zorgverzekering in het buitenland.
Indien de aanvrager deze bewijzen kan overleggen wordt de procedure gevolgd volgens artikel 2, 3, 5 en 8.
**•.** b. Wanneer de aanvrager korter dan 2 jaar in het buitenland verbleef, dan worden de volgende bewijsstukken gevraagd:
>bewijs van uitschrijving uit de woonplaats in het buitenland;
>bewijs van inkomsten betreffende de 3 maanden voor de aanmelding;
>bewijs van inkomsten betreffende de laatste 3 maanden van het verblijf in het buitenland;
>bewijs van stopzetting van de inkomsten in het buitenland;
>bewijs van stopzetten zorgverzekering buitenland.
Indien de aanvrager deze bewijzen kan overleggen wordt de procedure gevolgd volgens artikel 2, 3, 5 en 8.
Artikel 4.
Toelatingscriteria na verblijf in het buitenland
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke opvang voor dak- en thuislozen