Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Overdracht naar andere gemeenten voor maatschappelijke opvang

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke opvang voor dak- en thuislozen

•. Iedere dak- en thuisloze persoon kan zich aanmelden voor maatschappelijke opvang. Na aanmelding wordt nagegaan of betrokkene tot de doelgroep behoort en wordt zo spoedig mogelijkeen onderzoek uitgevoerd om te bepalen in welke gemeente de maatschappelijke opvang het beste kan plaatsvinden. Dat is in eerste instantie de gemeente waar de voorwaarden voor een succesvol traject optimaal zijn of waar de aanvrager aantoonbare binding heeft. •. Indien daarover geen duidelijkheid ontstaat, is de centrumgemeente van aanmelding de aangewezen gemeente die de aanvrager toelaat. •. Wanneer tijdens het Meldingsgesprek blijkt dat de aanvrager bij een andere gemeente betere kansen op herstel heeft of dat er contra-indicaties zijn voor opvang in Delft onderzoekt het spreekuur voor dak- en thuislozen, samen met de aanvrager, naar welke centrumgemeente de aanvrager het beste kan worden overgedragen. •. Dit onderzoek duurt bij voorkeur niet langer dan twee weken. Het spreekuur voor dak- en thuislozen neemt vervolgens met betreffende gemeente contact op voor het organiseren van een overdracht. In afwachting van de overdracht kan de gemeente Delft zo nodig opvang bieden. •. Indien betreffende gemeenten niet tot akkoord kunnen komen bestaat de mogelijkheid dit voor te leggen aan de door de VNG en de Federatie voor Opvang ingestelde geschillencommissie, waarvan het besluit vervolgens bindend is. •. De gemeente Delft staat open voor overdracht van daklozen vanuit andere gemeenten, mits het verzoek voor opvang, naar oordeel van het Spreekuur voor dak- en thuislozen, voldoende onderbouwd en haalbaar is. De overdragende gemeente dient aan te geven waarom zij de aanvrager niet kunnen helpen en waarom zij van mening zijn dat de aanvrager meer kansen op herstel heeft in de regio DWO.

Rechtspraak bij dit artikel