Het inkomen en/of de uitkering moet op het moment van aanvraag gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum met uitzondering voor de collectieve ziektekostenregeling. Voor deze regeling geldt het inkomen tot 120%.
Voor gehuwden/samenwonenden worden de inkomsten van beide partners opgeteld.
Onder inkomen wordt ook verstaan de (voorlopige) heffingskortingen die worden ontvangen van de belastingdienst. Tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag worden niet tot de inkomsten gerekend.
Wisselende inkomsten
Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddeld inkomen over de afgelopen drie maanden. Ook kwartaal uitkeringen worden herrekend naar een maandinkomen.
Deel 1
Artikel 1.1
Inkomenseisen
Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan bijzondere bijstand en minimabeleid 2017