Naar hoofdinhoud

Deel 3

Artikel 3.10

Ingangsdatum wijziging norm na opname en/of bijzondere bijstand voor de vaste lasten

Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan bijzondere bijstand en minimabeleid 2017

Na opname in een inrichting/instelling wordt de norm gewijzigd naar de norm voor verblijf in een inrichting met ingang van de 1e van de maand nadat belanghebbende een volle maand opgenomen is geweest. Het betreft hier over het algemeen een situatie van tijdelijk buiten de gemeente verblijven. De situatie kan zich voordoen dat een alleenstaande ouder tezamen met zijn of haar minderjarige kinderen in de inrichting verblijft. In dergelijke gevallen zijn de kosten die de alleenstaande ouder voor het kind moet maken, meestal zodanig dat kinderbijslag en/of kindgebonden budget een toereikende vergoeding bieden. Het normbedrag voor een alleenstaande (art. 23 Participatiewet) is volgens de wetgever toereikend. Bij een echtpaar wijzigt de norm voor degene die is opgenomen in de norm zak- en kleedgeld en voor de achterblijvende partner in de norm alleenstaande. Bij het verlaten van de inrichting wordt de norm weer gewijzigd naar een zelfstandig wonende met ingang van de dag van ontslag. In bijzondere situaties kan bijstandsverlening aan de orde zijn voor doorbetaling van de vaste lasten verbonden aan de woning en in uitzonderlijke situaties eventueel premie zorgverzekering (maatwerk, zie toelichting van artikel 13,15 en 18 Participatiewet en geldende jurisprudentie). Toetsingskader bijstand en bijzondere bijstand ingeval van opname Wijziging naar de norm voor verblijf in een inrichting vindt plaats met ingang van de 1e van de maand nadat belanghebbende een volle maand opgenomen is geweest. Verblijft een alleenstaande ouder tezamen met zijn of haar kinderen in een inrichting dan wordt volstaan met het normbedrag voor een alleenstaande (artikel 23 Participatiewet). Verblijft een partner van een echtpaar in een inrichting dan wijzigt de norm voor degene die is opgenomen in de norm voor verblijf in een inrichting en voor de achterblijvende partner in de norm van een alleenstaande. Bij het verlaten van de inrichting wijzigt de norm weer naar een zelfstandig wonende met ingang van de dag van ontslag uit de inrichting. In bijzondere situaties kan bijzondere bijstand worden toegekend voor de doorbetaling van de vaste lasten van de woning en eventueel de premie zorgverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel