Naar hoofdinhoud

Deel 3

Artikel 3.8

Maaltijdvoorziening

Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan bijzondere bijstand en minimabeleid 2017

Algemeen De kosten van maaltijdvoorziening behoren in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor geen bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Voor ouderen en hulpbehoevenden kan hierop een uitzondering worden gemaakt, indien zij aangewezen zijn op instanties die maaltijden verzorgen. Hierbij moet worden gedacht aan een situatie waarin een belanghebbende tijdelijk of permanent niet meer in staat is zijn eigen maaltijden te koken. Hoofdregel Bijzondere bijstand voor een warme maaltijd van een van de officiële maaltijd leveranciers is mogelijk indien mensen niet meer in staat zijn zelf hun maaltijden te bereiden en de kosten hiervan niet uit het inkomen kunnen bestrijden. Bij een toekenning van bijzondere bijstand kunnen alleen de meerkosten worden vergoed met als uitgangspunt de feitelijk gemaakte kosten. Maaltijden die op een andere wijze worden betrokken dan via de officiële maaltijdleveranciers komen niet voor vergoeding in aanmerking. Er kunnen max. 7 maaltijden per week worden verstrekt. Procedure Het aanvragen van (bijzondere) bijstand voor maaltijdvoorzieningen geschiedt via de normale weg, namelijk door het invullen van een (verkort) aanvraagformulier. Voorwaarde voor bijstandsverlening is dat er sprake moet zijn van een indicatie (noodzakelijkheid van de maaltijdvoorziening op grond van een medische of sociale indicatie). De indicatie wordt beoordeeld door de consulent. De indicatie kan ook door de Zenit-arts worden vastgesteld, indien de consulent twijfels heeft over de indicatie die de belanghebbende aangeeft. In de praktijk zal het echter in de meeste gevallen niet noodzakelijk zijn om een uitgebreid onderzoek in te stellen. Uitgangspunt voor de kosten van de maaltijd zijn de feitelijk gemaakte kosten onder aftrek van € 3,25 (fiscale norm warme maaltijd per 1-1-2016) per maaltijd. Draagkracht Voor de berekening van de bijzondere bijstand gelden de normale draagkrachtregels, zoals opgenomen in paragraaf 1.3. Toetsingskader bijzondere bijstand maaltijdvoorziening Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet gelijk zijn aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum en het vermogen moet beneden de toepasselijke vermogensgrens liggen. De kosten van maaltijdvoorziening behoren in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor geen bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Op de hoofdregel zoals vermeld onder 1. kan een uitzondering worden gemaakt voor ouderen en hulpbehoevenden indien zij aangewezen zijn op instanties die maaltijden verzorgen. Bij een toekenning van bijzondere bijstand kunnen alleen de meerkosten worden vergoed. Dit zijn de feitelijk gemaakte kosten onder aftrek van de € 3,25 per maaltijd (fiscale norm warme maaltijd per 1-1-2016) Maaltijden die op een andere wijze worden betrokken dan via de officiële maaltijdleveranciers komen niet voor vergoeding in aanmerking. Er kunnen maximaal 7 maaltijden per week worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel