Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Delft 2017

Uit jurisprudentie volgt dat burgers in staat moeten zijn 15 à 20 km te reizen, vanaf hun woonplaats. Omgerekend op jaarbasis komt dit neer op 1500 à 2000 km. Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen zodoende buiten de reikwijdte van de Wmo. Uitgedrukt in zones openbaar vervoer beperkt de Wmo-taak zich tot regionaal vervoer, ic verplaatsingen tot een maximum vijf zones openbaar vervoer, daaronder begrepen de zone van de woonplaats. Buiten dit gebied kunnen burgers zich wenden tot Valys dat arrangementen biedt voor bovenregionaal vervoer binnen Nederland. Als het optreden van beperkingen geen extra-vervoersprobleem met zich meebrengt, is een maatwerkvoorziening niet aan de orde. Bijvoorbeeld, men beschikt al 20 jaar over een auto, is gewend zich daarmee te verplaatsen, en daar treedt geen verandering in op. In dit geval stelt zich geen probleem, of men kan het zelf oplossen. Dat kan anders zijn wanneer vanwege de beperking ook het inkomen zodanig daalt dat zorgvrager niet langer een de vaste lasten van een auto kan betalen. Zoals uitvoerig beschreven in § 2.4 gaan eigen oplossingen, algemene diensten en gebruikelijke hulp voor op een maatwerkvoorziening. Voorbeelden met betrekking tot vervoer zijn: rolstoeltoegankelijk openbaar vervoer, fiets met trapondersteuning, gehandicaptenparkeerkaart, gehandicaptenparkeerplaats, particulier vervoer participe, doeltax, vrijwilligersvervoer naar activiteiten vanuit wijkgebouwen, kerken, verenigingen, regiotaxi vol tarief etc , eigen vervoer naar vrijetijdsactiviteiten (bv. GGZ Delfland). Leidt bovenstaande afweging niet tot een oplossing, dan komt een maatwerkvoorziening in beeld, echter alleen voor die verplaatsingen waarvoor de algemene voorzieningen geen afdoende oplossing bieden. Een combinatie van algemene + maatwerkvoorzieningen is goed mogelijk. Leidraad hierbij is de persoonlijke situatie en het criterium "goedkoopst adequaat". Hieronder een opsomming van lokale vervoersoplossingen. Deze opsomming is niet limitatief, de markt voor lokaal vervoer is in beweging, er ontstaan nieuwe initiatieven die voor bepaalde ritten/groepen wellicht bijdragen aan een oplossing. eigen groepsvervoer naar de dagbesteding (=onderdeel van de maatwerkvoorziening 'begeleiding groep'), lees hoofdstuk 4 begeleiding op maat (vervoersmaatje, bv. MEE op weg) hulpmiddelen voor lokaal vervoer, zoals scootmobiel, 3-wielfiets, handbike of andere aangepaste fietsen kortingspas voor de regiotaxi auto-aanpassing gesloten buitenwagen. Vervoer naar de dagbesteding Instellingen voor dagbesteding organiseren ook het vervoer van- en naar de dagbesteding. Kan de zorgvrager hiervan gebruik maken, dan is deze vervoersvraag opgelost. Is dit gezien de persoonlijke omstandigheden niet mogelijk dan onderzoekt de medewerker Team Wmo alternatieve mogelijkheden. Kortingspas voor de regiotaxi Met een kortingspas kunnen zorgvragers reizen tegen gereduceerd tarief, qua hoogte vergelijkbaar met het openbaar vervoertarief. Als voorgaande middelen niet tot een oplossing hebben geleid komen zorgvragers in aanmerking voor deze kortingspas voor zover zij maximaal 400m kunnen lopen, of geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Reizen tegen gereduceerd tarief is mogelijk tot een maximum van 600 OV-zones. Deze voorwaarde geldt ook voor 80-plussers die voorheen op eenvoudig verzoek een kortingspas ontvingen. Beschikt men over een vervoersvoorziening om zich lokaal te verplaatsen als bijvoorbeeld een scootmobiel, handbike of driewielfiets, dan bedraagt het aantal zones maximaal 200 per jaar. Uitzonderingen op het aantal zones zijn uitsluitend mogelijk om humanitaire redenen op basis van individueel te bepalen noodzaak. Met de kortingspas kunnen burgers reizen tegen gereduceerd tarief, qua hoogte vergelijkbaar met het OV-tarief. De pashouder geniet de volgende faciliteiten voor medereizigers: een gratis meereizende begeleider (> 12 jaar) als de medewerker Team Wmo daartoe de verzorgende noodzaak heeft vastgesteld, een gratis meereizende als hij tevens in het bezit is van een OV-begeleiderskaart kinderen (< 4 jaar) reizen gratis mee, kinderen (4<12 jaar) betalen hetzelfde tarief als pashouder hulphond en hulpmiddelen mogen gratis mee.

Rechtspraak bij dit artikel