Aan het verleende alleenrecht wordt een geldigheidsduur van maximaal 4 jaar verbonden en kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:
op grond van verandering van omstandigheden of inzichten dan wel wetswijziging opgetreden na het verlenen van de aanwijzing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de uit te voeren werkzaamheden.
aan de aanwijzing verbonden voorschriften en / of beperkingen niet zijn of worden nagekomen.
van de aanwijzing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn.
de houder dit verzoekt.