Ten aanzien van de aanwezigheidsvergunning gelden in elk geval de volgende voorschriften c.q. beperkingen:
Een aanwezigheidsvergunning kan maximaal voor twee speelautomaten per inrichting, als bedoeld in artikel 30c, lid 1, onder a en b van de wet worden verleend.
Voor hoogdrempelige inrichtingen kan maximaal voor twee speelautomaten, zijnde kansspelautomaten of behendigheidsautomaten per inrichting, een vergunning worden verleend.
Voor laagdrempelige inrichtingen kan maximaal voor twee behendigheidsautomaten per inrichting een vergunning worden verleend. Kansspelautomaten zijn daarin niet toegestaan.
Een vergunning, als bedoeld in lid 1, wordt verleend voor een periode van twee jaar.
Het is de exploitant van een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, lid 1, onder a en b van de wet, verboden personen beneden de zestien jaar toe te staan gebruik te maken van een kansspelautomaat.