Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Het toepassen van een verlaging

Onderdeel van Verordening Afstemming Participatiewet 2017

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet, IOAW, IOAZ of de uit artikel 30c van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi), voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging toegepast. 2.. Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij/zij verkeert. 3.. De verlaging kan niet meer bedragen dan de bijstandsuitkering waarop belanghebbende recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de verlaging betrekking heeft, indien er geen grond voor verlaging zou zijn geweest. 4.. Het college verlaagt de bijstandsuitkering overeenkomstig het bepaalde in deze verordening, onverminderd de eventuele terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstandsuitkering.

Rechtspraak bij dit artikel