Gedragingen van belanghebbenden die schending opleveren van in de wet en in de Bbz genoemde verplichtingen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
a.zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dan wel de registratie niet of niet tijdig laat verlengen.
Tweede categorie:
het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met de arbeidsinschakeling;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing, opleiding of sociale activering;
het niet verrichten van de door het college opgedragen tegenprestatie;
het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten die samenhangen met de Wet Taaleis zoals bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Participatiewet.
Derde categorie:
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet;
Indien een jongere in de 4 weken na melding geen of onvoldoende inspanningen heeft verricht om regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen en recht heeft op een bijstandsuitkering;
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de wet, voor zover het gaat om een jongere, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de wet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de wet;
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in een andere dan de gemeente van inwoning, voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 9.
Indeling in categorieën Participatiewet
Onderdeel van Verordening Afstemming Participatiewet 2017