Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11,
eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014 wordt de subsidieverlening geweigerd als:
de aanvraag niet tijdig is ingediend en deze niet reeds op grond daarvan buiten behandeling is gesteld;
het gebruikte elektrische voertuig eerder op naam heeft gestaan van de aanvrager, of op naam heeft gestaan van een eerste of tweede graads bloed- of aanverwant van de aanvrager;
het gebruikte elektrische voertuig eerder op het adres is geregistreerd van de aanvrager;
het gebruikte elektrische voertuig geen tenaamstelling heeft van een autobedrijf met een RDW-erkenning “bedrijfsvoorraad”;
voor het betreffende elektrische voertuig reeds eerder subsidie is verleend door het college.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:3.
Aanvullende weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling elektrische voertuigen Den Haag 2016