**9.1.** De kinderopvangorganisatie dient een aanvraag tot vaststelling in op uiterlijk 31 mei van het jaar dat volgt op het betrokken subsidiejaar.
**9.2.** Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier worden ingediend.
**9.2.1.** Bij de aanvraag tot vaststelling legt de aanvrager de volgende gegevens over:
a. Overzicht daadwerkelijk aantal peuters (incl. berekening)
b. Inhoudelijk verslag met daarin:
i. Verrichte gesubsidieerde activiteiten
ii. Stand van zaken met resultaten
iii. Verklaring voor afwijkingen
iv. Voorstellen beleidsmatige en/of praktische bijsturing
v. Registraties per locatie:
1. Sociaal medische indicatie
2. Verwijsadviezen
3. Indicaties
c. Financieel verslag en/of jaarrekening
d. Balans van het afgelopen subsidietijdvak (met een toelichting daarop); en
e. Bij subsidies vanaf € 75.000 een controle verklaring (opgesteld door een onafhankelijk accountant.)
**9.22.** De gemeente doet elk jaar een steekproef onder de kinderopvangorganisaties naar aanwezigheid van de “Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” en “Verklaring VVE”.
**9.3.** Het subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van daadwerkelijk afgenomen peuterplaatsen.
**9.4.** Er vindt een verrekening plaats tussen het subsidievoorschot en het vastgestelde subsidiebedrag.
Artikel 9
Subsidievaststelling
Onderdeel van Beleidsregel Subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)