Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Persoonsgebonden budget woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen gemeente Roermond 2017

1.. Het persoonsgebonden budget voor de verhuiskosten bedraagt € 2.500,00. 2.. Bij het bepalen van het persoonsgebonden budget voor een woningsanering wordt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode: -100% indien het artikel niet ouder is dan twee jaar; -75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; -50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; -25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is; -0% indien het artikel ouder is dan acht jaar. Het persoonsgebonden budget voor bijvoorbeeld zeil, linoleum, egalisatiekosten en (rol)gordijnen wordt vastgesteld op basis van het overleggen van minimaal 2 offertes door of namens de cliënt. 3.. De kosten van onderhoud en keuring komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien deze betrekking hebben op: stoelliften (oftewel trapliften); rolstoel- of hefplateauliften voor personen; woonhuisliften (met kooi); hefplateauliften (voor personen, zonder schacht tot max. 1,80 meter hoogte); de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren; onderspoel- en föhninrichting; plafondliften. 4.. De maximale vergoeding van kosten van onderhoud en keuring, voorrijkosten en 21% BTW van diverse soorten liften genoemd onder lid 3 a t/m d, in woningen en trappenhuizen geplaatst in het kader van de RGSHG, BGSHG, Wvg, Wmo of Wmo 2015 bedraagt: KEURING Keuring van liften Beginkeuring Periodieke keuring Stoellift € 227,68 € 164,39 Hefplateaulift € 354,85 € 202,02 Woonhuislift € 349,89 € 199,13 Rolstoel-plateaulift € 349,89 € 199,13 ONDERHOUD Keuring van liften Frequentie KOSTEN INCL BTW Stoellift 1 x per jaar € 214,14 Hefplateaulift 1 x per jaar € 214,14 Woonhuislift 2 x per jaar € 3010,42 Rolstoel-plateaulift 2 x per jaar € 214,14 Maximale toeslagen op bovengenoemde onderhoudstarieven: 50% voor installaties geplaatst buiten de woning; 50% voor installaties die meer dan één verdieping overbruggen; 50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging, respectievelijk elektrisch wegklapbare raildelen. 5.. Het persoonsgebonden budget voor reparatie van de voorzieningen als bedoeld in lid 3 a t/m d is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde kostenopstelling. 6.. Het persoonsgebonden budget voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van de voorzieningen als bedoeld in lid 3 e t/m h is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde kostenopstelling. 7.. Het persoonsgebonden budget voor tijdelijke huisvesting is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de Huurtoeslag. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt bedraagt maximaal zes maanden. Onder voorwaarden is verlenging van deze termijn met drie maanden mogelijk. 8.. Het persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal € 2.500,-. 9.. Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing, die niet valt onder een van de in de vorige leden genoemde woonvoorzieningen, wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de geaccepteerde offerte (conform het programma van eisen) of de tegenwaarde van het bedrag zoals opgenomen in normlijsten met gecontracteerde leveranciers. Indien wordt uitgegaan van een offerte, dan is het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat zou gelden op grond van de normlijsten woningaanpassingen, voor zover de betreffende woonvoorziening voorkomt op deze lijst. 10.. Het persoonsgebonden budget voor een roerende woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, reparatie en indien noodzakelijk verzekering, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden op basis van het opgestelde programma van eisen. Indien niet beschikbaar kan het persoonsgebonden budget ook worden vastgesteld op basis van een geaccepteerde offerte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel