Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 15.

Financiële draagkracht

Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam

1.. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde passende school voor primair onderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde passende school voor primair onderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro's                           Eigen bijdragen in euro's -34.000                                              Nihil -41.00                                        145 -47.500                                      600 -53.500                                   1120 -61.000                                   1635 -67.500                                   2155 en verder                             Voor elke extra € 5.000: € 530 erbij 4.. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2018 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 5.. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2018 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6.. 6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of zintuiglijke beperking op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige beperking niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.

Rechtspraak bij dit artikel