Vanwege de in artikel 7 ingevoegde heronderzoeksfrequentie is artikel 8 enigszins aangepast. De bepaling “afzien van verhaal” betekent namelijk in beginsel dat er ook in de toekomst niet meer verhaald kan worden. Daarom is in dit artikel het woord “tijdelijk” toegevoegd, en wordt bij gebrek aan draagkracht niet gesproken over “afzien van verhaal”, maar van een verhaalsbijdrage van “nihil” (lid 2) of “geen verhaalsbijdrage” (lid 1 en lid 3).
Vierde lid:
De wetgever heeft met de wijziging van de Faillissementswet (1 januari 2008) tot uitdrukking
gebracht dat een schuldsanering in het minnelijke traject de voorkeur verdient boven een
schuldsanering op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Het college zal daarom zoveel mogelijk proberen mee te werken aan de totstandkoming van de minnelijke schuldregelingen. In het vierde lid worden de voorwaarden opgesomd waaronder het college akkoord kan gaan met een voorstel tot minnelijke schuldregeling.
Het college vindt het belangrijk dat bij de totstandkoming van een schuldregeling de
Gedragscode Schuldregeling van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet wordt toegepast.
Deze gedragscode vormt voor het college een belangrijke waarborg voor de kwaliteit van de
schuldbemiddeling en biedt tevens een aantal concrete aanknopingspunten voor de aanvang en duur van uitstel van betaling en tijdelijk afzien van invordering. Het gaat daarbij om de
dagtekening van de overeenkomst tot schuldregeling en de zogenaamde 120-dagen-termijn.
Van verhaal kan tijdelijk worden afgezien indien daarvoor, gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaald wordt of degene die de bijstand ontvangt, dringende redenen aanwezig zijn. In beginsel eerst 6 maanden tijdelijk afzien van verhaal en dan opnieuw bekijken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8
– Tijdelijk afzien verhaal
Onderdeel van Beleidsregels verhaal Participatiewet Weststellingwerf 2017