Indien een persoon zich, met in achtneming van de bepalingen van deze beleidsregels/ gebruiksinstructie, voor de eerste maal schuldig maakt aan de gedragingen als bedoeld onder III wordt een verblijfsontzegging voor de duur van twee aaneengesloten weekenden opgelegd. Onder weekend wordt in dit verband verstaan de periode van donderdag om 18.00 uur tot de maandag daarna om 06.00 uur. De verblijfsontzegging geldt eveneens op alle erkende feestdagen en carnavalsmaandag en –dinsdag aansluitend aan of tussen de weekenden waarvoor de ontzegging geldt, waarbij de verblijfsontzegging alsdan eindigt de dag na deze feest- of carnavalsdagen om 6.00 uur.
Een dergelijke maatregel moet worden gezien als een directe reactie op de verstoring van de openbare orde en is noodzakelijk te achten voor de handhaving van de openbare orde in het betreffende gebied, waarvoor de verblijfsontzegging geldt.
Indien een persoon, met in achtneming van de bepalingen van deze beleidsregels/ gebruiksinstructie, zich binnen een periode van een jaar na een eerste aan hem opgelegde verblijfsontzegging zich wederom schuldig maakt aan de gedragingen als bedoeld onder III wordt een verblijfsontzegging voor de duur van zes aaneengesloten weekenden opgelegd. Onder weekend wordt in dit verband verstaan de periode van donderdag om 18.00 uur tot de maandag daarna om 06.00 uur. De verblijfsontzegging geldt eveneens op alle erkende feestdagen en carnavalsmaandag en –dinsdag aansluitend aan of tussen de weekenden waarvoor de ontzegging geldt, waarbij de verblijfsontzegging alsdan eindigt de dag na deze feest- of carnavalsdagen om 6.00 uur.
In deze situatie kan worden geconcludeerd dat betrokkene er een openbare orde verstorend Ieefpatroon op na houdt, waarin deze gedragingen meer dan incidenteel voorkomen; derhalve wordt de openbare orde in een relatief kort tijdsbestek zo vaak verstoord dat een verblijfsontzegging voor langere duur geboden en gerechtvaardigd is.
Indien een persoon, met in achtneming van de bepalingen van deze beleidsregels/ gebruiksinstructie, zich binnen een periode van een jaar na een tweede aan hem opgelegde verblijfsontzegging zich wederom schuldig maakt aan de gedragingen als bedoeld onder III wordt een verblijfsontzegging voor de duur van twaalf aaneengesloten weekenden opgelegd. Onder weekend wordt in dit verband verstaan de periode van donderdag om 18.00 uur tot de maandag daarna om 06.00 uur. De verblijfsontzegging geldt eveneens op alle erkende feestdagen en carnavalsmaandag en –dinsdag aansluitend aan of tussen de weekenden waarvoor de ontzegging geldt, waarbij de verblijfsontzegging alsdan eindigt de dag na deze feest- of carnavalsdagen om 6.00 uur.
In deze situatie kan worden geconcludeerd dat betrokkene er een hardnekkig openbare orde verstorend Ieefpatroon op na houdt. De duur van twaalf weken is gebaseerd op de overweging dat de openbare orde in het betreffende gebied enkel gebaat is bij een langere periode van rust.
Indien een persoon, met in achtneming van de bepalingen van deze beleidsregels/ gebruiksinstructie, in strijd met een tegen hem uitgevaardigde verblijfsontzegging, zonder aantoonbaar redelijk belang in het betreffende gebied wordt aangetroffen en tegen hem een nieuwe verblijfsontzegging wordt uitgevaardigd, gaat deze nieuwe verblijfsontzegging pas in op de datum en tijd waarop de eerdere verblijfsontzegging eindigt.
De hierboven beschreven verblijfsontzeggingen zijn tevens bedoeld als preventieve maatregelen ter vermijding van verdergaande verstoringen van de openbare orde. Het hardnekkig negeren van de verblijfsontzegging duidt er namelijk op dat de kans op herhaling van ordeverstorend gedrag in de toekomst aanwezig is.
Hoofdstuk
Artikel IV
Geldigheidsduur van de verblijfsontzegging
Onderdeel van Mandaat/beleidsregels en werkwijze verblijfsontzeggingen uitgaansoverlast in de binnenstand van Venlo