Naar hoofdinhoud
1.. Indien de cliënt een persoonsgebonden budget vraagt, zijn daaraan de volgende verplichtingen verbonden: de cliënt stelt een pgb-uitvoeringsplan op. Het college kan aanvullende voorwaarden stellen aan de inhoud van dit plan; het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk wordt geacht; uit het persoonsgebonden budget mogen geen personen uit het sociale netwerk worden betaald, tenzij dat leidt tot effectievere en meer doelmatige ondersteuning; uit het persoonsgebonden budget mogen in ieder geval geen administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald; het persoonsgebonden budget moet binnen zes maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden; de cliënt die is aangewezen op maatschappelijke ondersteuning besteedt het persoonsgebonden budget niet aan een huisgenoot die in beginsel de gebruikelijke hulp op zich zou moeten nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. 2.. De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend sluit met de aanbieder een zorgovereenkomst, waarin onder andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van declareren: Een declaratie van een aanbieder bevat in ieder geval: een overzicht van de dagen waarop is gewerkt; het uurtarief; het Burgerservicenummer en de naam en het adres van de cliënt; het nummer waarmee die aanbieder staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hiernaast wordt de declaratie door de aanbieder ondertekend. 3.. Het college kan andere eisen stellen aan de in het vorige lid bedoelde zorgovereenkomst indien het persoonsgebonden budget wordt besteed aan een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of aan een persoon die niet als beroepskrach t wordt aangemerkt. 4.. In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het derde lid, sluit de aanbieder zich aan bij de afspraken die zijn vastgelegd in het pgb-uitvoeringsplan over de kwaliteit en het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning. 5.. Het college stelt nadere regels over de voorwaarden als het persoonsgebonden budget aan een hulpmiddel, vervoersvoorziening of woningaanpassing wordt besteed.

Rechtspraak bij dit artikel