Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de huisvestingssubsidie wordt bepaald aan de hand van het aantal uren dat een vrijwilligersorganisatie daadwerkelijk gebruik maakt van een erkende accommodatie. Hierbij wordt de volgende rekensom gehanteerd: aantal uren per week x 42 weken x € 10 = subsidiebedrag. 2.. Bij het aantal uren per week gaat het om de effectieve tijd dat er een activiteit plaatsvindt. Uitgesloten voor vergoeding zijn de uren voor op- en afbouw of opslag. 3.. In het geval het te ontvangen subsidiebedrag op basis van de rekenmethodiek als bedoeld in het eerste lid over 2018 en 2019 meer dan € 250 verschilt t.o.v. het ontvangen subsidiebedrag over 2017, heeft de subsidieontvanger recht op een financiële tegemoetkoming ter overbrugging of vindt verrekening plaats. Over 2018 ontvangt de instelling 33% meer of minder van het verschil met 2017. In 2019 is dit 66% meer of minder. In 2020 ontvangt de instelling subsidie op basis van de rekenmethodiek als omschreven in het eerste lid. 4.. Voor zover er gedurende de overgangsperiode sprake is van een wijziging als bedoeld in artikel 2:4 onder b vindt een herberekening plaats van het te ontvangen bedrag voor de overig jaren van de overgangsregeling. 5.. Voor zover twee of meer verenigingen of stichtingen waaraan huisvestingssubsidie wordt verstrekt fuseren geldt dat er voor het eerste jaar dat er sprake is van een gefuseerde vereniging of stichting een nieuwe aanvraag ingediend moet worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel