Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 16.

Beperking geldigheid parkeervergunningen

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel West 2016

Gelet op de huidige regelgeving in de Parkeerbelastingverordening is, met uitzondering van de ondernemersdagvergunning, er geen reden om de geldigheidsduur van de vergunningen te beperken. Vergunningen zijn derhalve zeven dagen per week, 24 uur per dag geldig. Parkeervergunningen zijn geldig voor een totaal vergunningengebied. Deze vergunninggebieden zijn vastgelegd in de Verordening op de Parkeerbelastingen. In paragraaf 5 van de Parkeerverordening is onder meer de geldigheid van vergunningen geregeld. Artikel 28 ziet toe op de plaats van geldigheid van de vergunningen. Daar staat in lid 1 dat bewoners-, bedrijven-, overloop-, sportvereniging-, autodeel-, mantelzorg- en kraskaartvergunningen geldig zijn in één vergunninggebied. De belanghebbendenvergunning is geldig alleen op de aangegeven plaats en de hulpverlenersvergunning en gehandicaptenvergunning geldig in alle vergunninggebieden. Voor de hulpverlenersvergunning en gehandicaptenvergunning ligt het niet voor de hand een beperking aan te brengen, gezien de motieven waarom vergunning wordt verleend. De kraskaarten zijn eerder een vorm van gereduceerde losse kaartjes, zodat het ook hier niet voor de hand ligt een beperking aan te brengen. De kraskaartvergunningen en bijbehorende kraskaarten worden onder beheer van de parkeerdienstverlener uitgegeven. Dit geldt eveneens voor de hulpverlenersvergunning en gehandicaptenvergunning. Op basis van het vierde lid van artikel 28 Parkeerverordening is het college, gehoord het stadsdeel, bevoegd de geldigheid van vergunningen naar plaats gedurende bepaalde tijden te beperken. In het stadsdeel is van die mogelijkheid gebruik gemaakt voor een aantal winkelstraten. In deze winkelstraten is het parkeren met vergunningen niet geldig om te zorgen dat er voldoende parkeerruimte is voor de klanten van de daar gevestigde bedrijven. De winkeliers met hun bedrijfsvergunning en de bewoners wordt gevraagd hun auto in een straat verderop te parkeren. Per vergunning soort kan worden bepaald, dat men deze vergunning gedurende een bepaald tijdvak niet geldig wil laten zijn in een bepaalde straat. Voor een mantelzorgvergunning en de autodeelvergunning gelden dezelfde beperkingen als voor een bewonersvergunning, en voor een sportverenigingsvergunning gelden dezelfde beperkingen als voor een bedrijfsvergunning. Deze vergunningen zijn dus ook niet geldig op de in dit artikel aangegeven parkeerplaatsen. De overloopvergunning is gekoppeld aan de bewoners-, resp. bedrijfsvergunning. De belanghebbendenvergunning hoeft hier niet te worden opgenomen, aangezien dat geen fiscale parkeervergunning is en het hier alleen om parkeerapparatuurplaatsen gaat. In de leden 2, 3 en 4 wordt een speciale regeling voor de Houthaven opgenomen. Enerzijds wordt met lid 2 tijdelijk de mogelijkheid gecreëerd dat vergunninghouders uit de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt ook in de Houthaven mogen parkeren. Tijdelijk omdat totdat de woningbouw is gerealiseerd nog parkeerplaatsen over zijn op de Pontsteiger en in de Houthaven. Er zijn immers teveel parkeervergunningen verleend in de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt op basis van de overcapaciteit in de Houthaven inclusief Pontsteiger. Anderzijds wordt met de toestemming van DIVV via lid 53 en 64 de mogelijkheid geopend dat vergunninghouders uit de naastliggende deelvergunninggebieden van Haven ook mogen parkeren op het Westerparkdeel van de Haparandadam. Tevens kunnen vergunninghouders van Haparandadam Haven ook uitwijken naar deelvergunninggebied van Houthaven exclusief Haparandadam. De stadsdeelgrens loopt immers op de as van deze Haparandadam terwijl alle parkeerplaatsen zich alleen bevinden op het Westerparkdeel van deze dam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel