In art 4.24 van de APV is een artikel opgenomen over het parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen. Hierin staat dat dergelijke voertuigen niet mogen worden geparkeerd "bij een voor bewoning of voor ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan". Tevens mogen op grond van dat artikel ook "geen voertuigen die een lengte van 6 m, en/of een hoogte, al dan niet met inbegrip van lading, van 2,4 m te boven gaat, tussen zonsopgang en zonsondergang, op de weg parkeren op een door B. & W., gehoord het stadsdeel, aangewezen plaats, waar dit parkeren naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk van de gemeente (lees: stadsdeel West)"
Het is derhalve niet wenselijk om in dit geval een parkeervergunning aan grote (vracht)auto's te verstrekken. De Parkeerverordening geeft in dit geval echter niet aan dat er een aanvraag moet worden geweigerd. De Parkeerverordening spreekt alleen van verlening van een parkeervergunning aan kentekenhouders van motorrijtuigen.
Er bestaat geen bezwaar om een dergelijk voertuig incidenteel te parkeren, maar in het dichtbevolkte stadsdeel West is structureel parkeren van dergelijke voertuigen ongewenst. Een uitzondering wordt gemaakt voor de bedrijventerreinen Westerkwartierpark (Westerpark 4.2), bedrijventerrein Landlust (Bos en Lommer BOS2) en het vergunninggebied Orteliusbuurt ten noorden van het Rembrandtpark (BAA 2).
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 20.
Uitzicht belemmerende voertuigen
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel West 2016