Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 5.

Milieuparkeervergunningenplafond per (deel)vergunninggebied

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel West 2016

Op basis van stadsbrede inspraak heeft de gemeenteraad van Amsterdam in 2009 besloten tot een proef met de milieuparkeervergunning. Twee derde van de Amsterdammers ziet geen bezwaren tegen de milieuparkeervergunning; bijna de helft vindt het een goed idee, bleek uit een enquête van O+S. De maatregel is onderdeel van de verkeersplannen Voorrang voor een Gezonde Stad om schoner vervoer in de stad te stimuleren. Amsterdam wil onder meer met deze proef het gebruik van schonere auto's aanmoedigen. De proef werd gesteund door de Kamer van Koophandel en Transport en Logistiek Nederland. De proef vond plaats in de stadsdelen De Baarsjes en Westerpark. De gemeente bleef tijdens de proef parkeervergunningen verstrekken aan bewoners en bedrijven met een auto die niet aan de criteria voldoen. Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie zou worden besloten of de milieuparkeervergunning in de hele stad wordt ingevoerd. Hierbij zouden de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving voor differentiatie van parkeertarieven naar milieukenmerken worden meegenomen. Tijdens de evaluatie is onder meer gekeken naar het effect op de luchtkwaliteit en de ontwikkeling van de wachttijd voor andere aanvragers van parkeervergunningen. De proef duurde een half jaar. Gedurende de proef kregen eigenaren van milieuvriendelijke auto's voorrang bij het uitgeven van een parkeervergunning. Eind 2010 is de proef geëvalueerd op zowel het functioneren van de regeling als het effect ervan op de luchtkwaliteit. Door het geringe animo is de proef stopgezet. Per 1 oktober 2010 heeft stadsdeel West het quotum (5% van de reguliere parkeervergunningen) milieuparkeervergunningen toegevoegd aan de reguliere parkeervergunningen. Per 1 april 2012 is de milieuparkeervergunning ingevoerd voor elektrische voertuigen. In artikel 4 lid 4 Parkeerverordening is bepaald dat maximaal 5% van het vergunningenplafond kan worden gereserveerd voor milieuparkeervergunning. Art 16 en 17 Parkeerverordening stellen dat het college van B&W o.a. het type auto vaststelt wat in aanmerking komt voor de milieuparkeervergunning. Artikel 5a. Overgangsregeling deelvergunninggebied Westerpark 2.3 (De Houtman) In de door de deelraad vastgestelde notitie parkeerbeleid van 26 april 2005 staat dat nieuwbouw geen extra parkeerdruk op straat mag opleveren. Daarom heeft het dagelijks bestuur op 29 mei 2007 besloten dat geen van de adressen recht hebben op een parkeervergunning. Ten behoeve van het nieuwbouwproject De Houtman konden gezien de uitgangspunten van de notitie parkeerbeleid destijds geen parkeerplaatsen op het maaiveld worden gemaakt. Speciaal voor de parkeerbehoefte van de bewoners en bedrijven van dit nieuwbouwproject is een parkeergarage met voldoende stallingplaatsen ontwikkeld. Omdat de verkoop van appartementen echter heeft plaatsgevonden in 2005 heeft het dagelijks bestuur van voormalig stadsdeel Westerpark op 1 december 2009 (2009/4514) wordt een overgangsregeling getroffen voor uitsluitend de eerste eigenaren van koopwoningen van het nieuwbouwcomplex die bij de oplevering geen stallingplaats hebben gekocht. Uit onderzoek uit het kadaster op het moment van het opnemen van dit artikel bleek dat dit de adressen Houtmankade 40T, 40U en Van Noordtkade 1A, 1C, 1D, 3B, 3E, 3H, 5A, 5D, 5G, 7D betrof. Onderzoek aanvang 2016 leverde op dat de huisnummers Van Noordtkade 1A, 1C, 1D en 5G inmiddels wel een stallingplaats hebben gekocht. Dat is in het artikel vermeld. Aan de adressen Houtmankade 40T, 40U en Van Noordtkade 3B, 3E, 3H, 5A, 5D en 7D kan boven het vergunningplafond zoals omschreven in artikel 4 sub l en artikel 5 sub l een parkeervergunning worden verleend. Opvolgende kopers hebben dat recht niet meer omdat stadsdelen gerechtigd zijn het beleid als gevolg van gewijzigde inzichten te wijzigen. Deze overgangsregeling is overigens ook niet van toepassing op de eigenaren van de huurwoningen en bedrijven. Zij beschikken bij de oplevering over voldoende stallingplaatsen en wisten vóór de verhuur van de woningen en bedrijfsruimten dat geen parkeervergunningen zouden worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel