Naar hoofdinhoud
De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. De belastingschuldigheid gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op het ontstaan van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar is geëindigd, wordt gedeeltelijk ontheffing van belasting verleend. Het bedrag der ontheffing wordt gesteld op zoveel twaalfde delen van het verschuldigde jaartarief als er nog kalendermaanden in het belastingjaar moeten verstrijken nadat de aanvraag is ingediend, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Termijnen en wijze van betaling

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel