In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere betalingstransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;