**1.** Het totaalbedrag van de boete wordt niet op een hoger bedrag vastgesteld dan:
24 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van opzet;
18 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van grove schuld;
12 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als geen sprake is van opzet, grove schuld of verminderde verwijtbaarheid;
6 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
**2.** In afwijking van het voorgaande lid wordt het aantal maanden bij een herhaalde gedraging (recidive) verhoogd met factor 1,5.
**3.** De niet gecorrigeerde beslagvrije voet is 90% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm.
**4.** Voor kostendelers is de niet gecorrigeerde beslagvrije voet in afwijking van het voorgaande lid ten behoeve van de berekening van een boete: 90% van de kostendelersnorm.
**5.** Het vermogen van belanghebbende wordt betrokken bij de vaststelling van de draagkracht als de schending van de inlichtingenplicht bestaat uit het verzwijgen van vermogen.
Artikel 2
Maximale boete in verband met fictieve draagkracht
Onderdeel van Beleidsregel boeteoplegging Participatiewet IOAW en IOAZ 2017