Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Maximale boete in verband met fictieve draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel boeteoplegging Participatiewet IOAW en IOAZ 2017

1. Het totaalbedrag van de boete wordt niet op een hoger bedrag vastgesteld dan: 24 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van opzet; 18 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van grove schuld; 12 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als geen sprake is van opzet, grove schuld of verminderde verwijtbaarheid; 6 maanden maal het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de niet gecorrigeerde beslagvrije voet als sprake is van verminderde verwijtbaarheid. 2. In afwijking van het voorgaande lid wordt het aantal maanden bij een herhaalde gedraging (recidive) verhoogd met factor 1,5. 3. De niet gecorrigeerde beslagvrije voet is 90% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. 4. Voor kostendelers is de niet gecorrigeerde beslagvrije voet in afwijking van het voorgaande lid ten behoeve van de berekening van een boete: 90% van de kostendelersnorm. 5. Het vermogen van belanghebbende wordt betrokken bij de vaststelling van de draagkracht als de schending van de inlichtingenplicht bestaat uit het verzwijgen van vermogen.

Rechtspraak bij dit artikel