Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 22.

Spreekrecht belangstellenden

Onderdeel van Reglement van orde van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie West

1. Belangstellenden kunnen het woord voeren over geagendeerde onderwerpen op het moment van behandeling tijdens de voorbereidende sessies. 2. Degene die het woord wil voeren over niet geagendeerde onderwerpen, krijgt daarvoor de gelegenheid tijdens een apart gepland moment in een voorbereidende sessie van het algemeen bestuur. 3. Het woord kan niet gevoerd worden over: Een besluit van de bestuurscommissie waartegen bezwaar en beroep open staat of heeft open gestaan; Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dat bij voorkeur 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de secretaris onder opgave van naam, adres en onderwerp waarover men het woord wil voeren. Deze termijn geldt niet voor agendapunten opgenomen in een aanvullende agenda zoals bedoeld in artikel 9. 5. De volgorde van de sprekers, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt door de voorzitter bepaald. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, voert niet het woord dan na dit verkregen te hebben van de voorzitter. 6. Leden van het algemeen bestuur kunnen een korte informatieve vraag te stellen. Zij gaan niet in discussie en houden geen betoog. 7. Sprekers krijgen een termijn van maximaal 3 minuten. Bij geagendeerde onderwerpen krijgt de spreker na de beraadslagingen van fracties en eventuele toelichting van het dagelijks bestuur een tweede termijn van maximaal 2 minuten om kort te reageren op hetgeen is gezegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel