Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 25.

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie West

1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. Stemming geschiedt door hand opsteken, tenzij een van de leden stemming bij hoofdelijke stemming vraagt; in dat geval vindt hoofdelijke stemming plaats. 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen, onder vermelding van de naam van de fracties of leden. Hij doet daarbij tevens de mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel