Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 36.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie West

1.   Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2.   De vragen worden bij de secretaris of diens plaatsvervanger ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de voorzitter worden gebracht. 3.   Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.   De antwoorden van het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door tussenkomst van de secretaris of diens plaatsvervanger aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 5.   De vragensteller kan in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de voorzitter of door het dagelijks bestuur gegeven antwoord, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel