De medewerker wiens melding is behandeld conform het bepaalde in de artikelen 3, 4 en 5 kan een klacht indienen bij de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de decentrale overheid als bedoeld in bijlage 1, indien:
Hij/zij zich niet kan verenigen met de wijze waarop de melding is behandeld, of;
Hij/zij zich niet kan verenigen met de afhandeling van de melding door de secretaris/alg. directeur of het college/dagelijks bestuur, of;
Als de aanleiding van de melding naar het oordeel van de werkgever dusdanig ernstig is dat er rechtspositionele maatregelen worden overwogen en het doel van een informele fase derhalve niet haalbaar is.
Hoofdstuk II
Artikel 6
Procedure externe klachtencommissie
Onderdeel van De Regeling ongewenste omgangsvormen en klachtenprocedure Drechtsteden / Zuid-Holland Zuid