Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen 2017 gemeente Duiven

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: beheerder: de natuurlijke persoon of personen die met het dagelijkse toezicht en de onmiddellijke leiding in een speelautomatenhal zijn belast; behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan: het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is; meerspeler: een kansspelautomaat waarop met meer dan één speler tegelijkertijd kan worden gespeeld; speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder b, van de wet; weg: weg conform de Wegenverkeerswet 1994, evenals de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; wet: de Wet op de kansspelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel