Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Einde van het lidmaatschap

Onderdeel van Verordening regelende het onderzoek door de raad 2002

1.. Het lidmaatschap van de commissie eindigt, behoudens de situatie bedoeld in artikel 155a, lid 6, van de Gemeentewet op het moment waarop het betrokken lid ophoudt lid te zijn van de raad. 2.. De raad kan aan de leden der commissie, de voorzitter daarbij inbegrepen, te allen tijde ontslag verlenen, indien de motieven of omstandigheden die tot benoeming hebben geleid, niet of niet meer aanwezig zijn. 3.. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad. 4.. In vacatures die zijn ontstaan op grond van een van de gevallen bedoeld in het eerste tot en met het derde lid wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 5.. Het lidmaatschap eindigt voorts op het moment dat de raad heeft besloten over de door de commissie uitgebrachte rapportage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel