Lid 2
De hoogte van de kostendelersnorm is gebaseerd op de aanname dat de kosten van het wonen gedeeldkunnen worden. Het is niet redelijk om het het begrip “kosten van het wonen’ ook de vervangingsuit-gaven en andere incidentele uitgaven – waarvoor de individuele inkomenstoeslag is bedoeld- te rekenen.
Lid 3
Sub a en b
De bepalingen van de P-wet voor de vaststelling van het inkomen zijn voor de individuele inkomens-toeslag onverkort van toepassing. In lid 3 van dit artikel is aan het begrip ‘redelijkerwijs kunnen beschik-ken over het inkomen’ zoals bedoeld in artikel 31 lid 1 van de P-wet, een ruimere invulling gegeven danin de wet. Hiervoor is gekozen om belanghebbende die in de schuldsaneringtraject zitten – of dat in deafgelopen jaren succesvol hebben afgesloten – het recht op de individuele inkomenstoeslag niet teonthouden.
Sub c
Het inkomen waarop beslag ligt, is inkomen waarover belanghebbende feitelijk niet kan beschikken ener is geen mogelijkheid om verandering in de situatie aan te brengen (CrvB 28-03-2006, nr. 04/5465NABW). In verband hiermee is er voor gekozen om het niet tot het inkomen te rekenen.
Lid 4
De P-wet kent geen bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder. Het begrip alleenstaande ouder komtnog wel voor in de wet (artikel 4 sub b van de P-wet).
Artikel 2
Voorwaarden
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Hollands Kroon 2016