De gezondheid en de veiligheid van de uitvoerders van het huisbezoek is een belangrijke voorwaarde bij het afleggen van een huisbezoek. Waar dat mogelijk is, moet voorkomen worden dat er een onveilige situatie ontstaat voor de uitvoerder van het huisbezoek en voor de belanghebbende.
Belangrijke aanbevelingen zijn:
Bij de voorbereiding van het huisbezoek dient aandacht te worden geschonken aan mogelijke onveilige situaties die zich al eerder in het contact met de belanghebbende of diens directe omgeving hebben voorgedaan.
Bespreek vooraf de indicaties die erop wijzen dat de kans van een onveilige situatie zich kan voordoen (bijvoorbeeld is belanghebbende in het kader van het agressieprotocol de toegang tot de gemeentelijke locaties ontzegd).
Bij een sterke aanwijzing van onveiligheid wordt overleg gepleegd met een coördinator en met de sociale recherche.
Huisbezoeken worden door 2 personen afgelegd, tenzij dit uit het oogpunt van veiligheid niet noodzakelijk is.
Zorg voor telefonische bereikbaarheid in de vorm van een door de werkgever beschikbaar gestelde mobiele telefoon.
Indien er een gevoel van onveiligheid ontstaat tijdens het onderzoek dient de woning zo snel mogelijk te worden verlaten.
Tjdens het huisbezoek zijn de ambtenaren altijd in dezelfde ruimte, dus nooit 1 van de 2 alleen bij de belanghebbende, tenzij het huisbezoek door één persoon wordt afgelegd.
Zorg ervoor dat naaste collega’s weten bij wie, waar, met welk doel de medewerker op huisbezoek is en wat het mobiele telefoonnummer is waarop de medewerker bereikbaar is.
Een collega belt de medewerker die op huisbezoek is, in geval de afgesproken tijd wordt overschreden.
Bespreek de onderzoeksbevindingen niet op het moment van het huisbezoek maar (zo mogelijk) de volgende dag tijdens het gesprek op kantoor. Deel de belanghebbende dat ook mee.