Naar hoofdinhoud

Artikel 5

AANGEKONDIGD HUISBEZOEK BIJ GEGROND VERMOEDEN VAN FRAUDE

Onderdeel van Protocol huizbezoek Hollands Kroon 2015

Van een gegrond vermoeden van fraude is sprake als er op basis van concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of de volledigheid van de door belanghebbende verstrekte inlichtingen. Een huisbezoek is de enige manier om het recht op uitkering vast te stellen en het fraudeonderzoek af te ronden. Voordat het initiatief wordt genomen om op huisbezoek te gaan moet dat helder zijn en het moet uitgelegd kunnen worden aan belanghebbende. Werkwijze: De volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek wordt mondeling gegeven. Als het gesprek op kantoor plaats vindt, wordt het huisbezoek aansluitend aan het gesprek gedaan. Het huisbezoek kan ook aangekondigd worden met een brief, waarin de reden van het huisbezoek kort wordt omschreven. Voorafgaand aan het huisbezoek wordt de keuze voorgelegd om wel of niet mee te werken aan het huisbezoek. Niet meewerken aan het huisbezoek betekent dat de aanvraag wordt afgewezen of dat de uitkering wordt beëindigd, omdat het recht op uitkering niet of niet meer kan worden vastgesteld. De “meewerkplicht” is vastgelegd in art. 17 lid 2 van de P-wet. De “Verklaring toestemming huisbezoek” (zie 2) wordt ondertekend. Als belanghebbende onverhoopt niet aanwezig is op het adres waar het huisbezoek moet plaats vinden, wordt een hersteltermijn gegeven. Het besluit hersteltermijn en opschorting uitkering wordt direct in de brievenbus gedeponeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel