Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op grond van de P-wet

Onderdeel van Beleidsregel onverantwoord interen van vermogen Participatiewet wet Hollands Kroon 2015

1.. Het college verstrekt de bijstand in de vorm van een lening in het geval er vermogen op onverantwoorde wijze is ingeteerd voorafgaand aan de toekenning van het recht op een uitkering voor levensonderhoud. 2.. Er is sprake van onverantwoord interen van vermogen als belanghebbende redelijkerwijs kon weten dat hij een beroep op een uitkering op grond van de P-wet moest doen en meer dan 1,5 maal de voor hem van toepassing zijnde norm inclusief vakantiegeld heeft besteed. 3.. Het bedrag dat verstrekt wordt in de vorm van een lening is het benadelingsbedrag bedoeld in artikel 1 van deze beleidsregel. 4.. Het benadelingsbedrag wordt terugbetaald met ingang van de 1e dag van de maand na de maand waarin de uitkering is toegekend. 5.. Voor de wijze en hoogte van terugbetaling zijn de regels voor verwijtbare vorderingen van toepassing zoals die zijn bepaald in de beleidsregel Terugvordering en Verhaal gemeente Hollands Kroon 2015. 6.. De bepalingen van artikel 58 lid 7 van de P-wet zijn van toepassing op de lening. 7.. Voor andere situaties die niet veroorzaakt zijn door het onverantwoord interen van vermogen en die niet opgenomen zijn in de Afstemmingsverordening van de gemeente Hollands Kroon, maar die zijn aan te merken als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de uitkering in de vorm van een lening verstrekt tot een bedrag dat zich redelijk verhoudt met de ernst van de situatie en de financiële gevolgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel