**1..** De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats.
**2..** Over de eerste tien jaren na aanvang van de aflossing wordt de maandelijkse aflossing ten hoogste bepaald op 1/120e deel van het bedrag van het openstaande saldo van de lening, tenzij op verzoek van belanghebbende een hogere aflossing wordt overeengekomen.
**3..** Het bedrag van de aflossing wordt met inachtneming van lid 2 van dit artikel bepaald door de hoogte van het inkomen in die zin dat het aflossingsbedrag in ieder geval 35 procent bedraagt van het netto inkomen voor zover dit de van toepassing zijnde bijstandsnorm te boven gaat.
**4..** Op verzoek van belanghebbende kan de aflossing periodiek of incidenteel lager vastgesteld worden in verband met de tot zijn last komende bijzondere kosten. Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Hollands Kroon is uitgangspunt voor de beoordeling van de noodzaak van de kosten.
**5..** Indien er na 10 jaar aflossen een saldo resteert, wordt de aflossing voortgezet onder toepassing van lid 3 en 4 van dit artikel.
**6..** Er wordt geen aflossing gevergd indien de hoogte van het inkomen dat niet toelaat .
**7..** Tevens wordt geen aflossing gevergd indien belanghebbende een uitkering ter hoogte van de voor betrokkene van toepassing zijnde bijstandsnorm ontvangt en ook niet kan beschikken over andere middelen zoals bedoeld in artikel 31 van de P-wet.