De toeslag bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de
alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander
zijn of haar hoofdverblijf heeft.
De toeslag bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de
alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer
anderen hun hoofdverblijf hebben.
De toeslag bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de
alleenstaande en alleenstaande ouder die een woning bewonen als
onderhuurder/kamerbewoner, kostganger of kind.
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen
niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning
zijn hoofdverblijf heeft:
kinderen met een inkomen van ten hoogste 70 procent van de
gehuwdennorm;
verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden
verzorgd;