Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2010

De toeslag bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn of haar hoofdverblijf heeft. De toeslag bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. De toeslag bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die een woning bewonen als onderhuurder/kamerbewoner, kostganger of kind. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen met een inkomen van ten hoogste 70 procent van de gehuwdennorm; verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd;

Rechtspraak bij dit artikel