Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren 2010

De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn of haar hoofdverblijf heeft. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die een woning bewoont als onderhuurder/kamerbewoner, kostganger of kind. Voor de toepassing van dit artikel worden verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel