**1..** Na de opening van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur voor de leden, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.
**2..** De vragen dienen betrekking te hebben op belangrijke en actuele onderwerpen en ook voor publiek en pers van belang te zijn. Het karakter van de vragen dient informatie-uitwisselend te zijn.
**3..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt de vraag of de vragen tenminste 24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur via de griffier bij de voorzitter.
**4..** De voorzitter kan weigeren een vraag tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij de vraag niet voldoende nauwkeurig acht, de vraag niet voldoet aan de uitgangspunten genoemd in lid 2, of indien het onderwerp waarop de vraag vragen betrekking heeft in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.
**5..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde vragen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.
**6..** Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**7..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp
**8..** De voorzitter bepaalt de spreektijd voor de vragensteller(s), het college en voor de overige leden.
**9..** Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 40