Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bedraagt de bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van deze bijdragen:
a. voor de ongehuwde cliënt, niet meer dan € 17,50 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 van het Landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015:
1. meer bedraagt dan € 22.632 en hij of zij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van percentage lager dan 12,5% van het verschil tussen dat inkomen en bedrag hoger dan € 22.632;
2. meer bedraagt dan € 17.033 en hij of zij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van percentage lager dan 12,5% van het verschil tussen dat inkomen en bedrag hoger dan € 17.033.
b. voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, niet meer dan € 17,50 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.9 van het Landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015:
1. meer bedraagt dan € 35.000 en een van beiden of beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of nog niet hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van percentage lager dan 12,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en bedrag hoger dan € 35.000;
2. meer bedraagt € 23.525 en beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van percentage lager dan 12,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en bedrag hoger dan € 23.525.
De in het derde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van jaar waarin de bedragen worden vastgesteld en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2.
Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
De kostprijs van een:
a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door instantie die zal innen vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Bepaling van de hoogte Eigen Bijdragen voor Beschermd Wonen gaat via artikel 3.11 Landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bovendien is beleid gemeente Assen van toepassing en deze wordt gevolgd door De Wolden.
De bovenstaande bepalingen over Eigen Bijdragen gelden en wets-en beleidswijzigingen voorbehouden.
Hoofdstuk 5
Artikel 12a
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning De Wolden 2017